Eigen grenzen en Beroepsgeheim

Als zorgverlener moet je je ervan bewust zijn dat werken met slachtoffers en daders van geweld een grote impact kan hebben op jezelf... Soms kan je het moeilijk hebben met de verhalen of reacties van de betrokken personen. Soms komen er bij jezelf persoonlijke problemen naar boven, zeker als je vroeger al eens geconfronteerd werd met intrafamiliaal geweld. Hou daarom voldoende afstand. Jouw noden en grenzen zijn zonder meer even belangrijk als die van de patiënten.

Het is daarom erg belangrijk dat er voor zorgverleners structurele ondersteuning wordt voorzien waarop men kan beroep doen indien men dit wenst of nodig heeft (bv. een ombudsdienst, gesprekken met psychologen/psychiater, intervisiemomenten,…).
Het is ook sterk aan te raden om de geweldcasussen op teamvergaderingen te bespreken zodat men de problemen kan delen met elkaar en niet alleen verantwoordelijk is.

 

Beroepsgeheim

De zorgverlener, die gebonden is door het beroepsgeheim, heeft niet de vrijheid volgens zijn eigen criteria te beoordelen in welke gevallen hij/zij het geheim over een gewelddadige situatie bewaart of onthult.

In principe is het de plicht van de zorgverlener om het geheim te bewaren. De toelating van de betrokkene volstaat niet om toe te staan dat het beroepsgeheim doorbroken wordt. Enkel als de zorgverlener oordeelt dat er sprake is van een noodtoestand mag het beroepsgeheim doorbroken worden.
Een noodtoestand geeft het conflict weer tussen de wettelijke verplichting de vertrouwensrelatie te eerbiedigen (dus te zwijgen) of ze te schenden om een hoger belang (het vrijwaren van de integriteit van het leven) te verzekeren.

Dit dilemma dient met de grootste voorzichtigheid afgewogen te worden, best in overleg en evaluatie met andere beroepsbeoefenaars.
Er dient hierbij rekening gehouden te worden met de volgende factoren:

  • De noodtoestand wordt geval per geval beoordeeld. De houder van het beroepsgeheim moet dus, naar eer en geweten, elk geval inschatten rekening houdend met de bijzondere omstandigheden waarmee hij/zij geconfronteerd wordt.
  • De houder van het beroepsgeheim mag het slechts schenden na de aanwezige elementen te hebben beoordeeld, onder dreiging van een ernstig gevaar.
  • De noodtoestand laat slechts toe het geheim te schenden als het gevaar waarvan de houder kennis heeft niet anders kan vermeden worden dan door het geheim te onthullen.
  • De noodtoestand wordt beoordeeld ten opzichte van de toekomst, in aanwezigheid van een ernstig en dreigend gevaar. Er is dus geen reden om het beroepsgeheim op te heffen indien de omstandigheden van die aard zijn dat dit gevaar geweken is.

Het is nuttig om in het achterhoofd te houden dat het gaat om een mogelijkheid de gerechtelijke overheid in te lichten en niet om een wettelijke verplichting, ook in het geval van minderjarigen. Men is dus niet wettelijk verplicht om politie/justitie in te lichten over het geweld, men is wel wettelijk en deontologisch verplicht hulp te verlenen.

Wanneer de voorwaarden verenigd zijn en de houder van het beroepsgeheim, ervan overtuigd is dat hij/zij moet spreken om een hoger belang te beschermen, dan zal hij/zij zeker de morele en professionele plicht hebben dit te doen. Enkel in extreme gevallen (dit wil zeggen bij het bewust, vrijwillig en ongerechtvaardigd verzuim van hulp te verlenen) wordt het niet-spreken als enige manier om het gevaar af te wijken, gestraft als een vergrijp van niet verlenen van bijstand aan personen in gevaar (artikel 422bis van het Strafwetboek). De persoon die zelf of door beroep te doen op derden, hulp verleende die hem aangepast leek, zelfs al blijkt die later ondoeltreffend of onvoldoende, heeft dit strafbaar feit niet gepleegd.

 

HOME WAT IS GEWELD? GEWELD & ZWANGERSCHAP GETUIGENISSEN INFO PROFESSIONELEN INFO SLACHTOFFERS INFO PLEGERS KINDEREN ALS GETUIGE WAAR KAN JE TERECHT? CONTACT